Waarom proficiency testing onmisbaar is in een datagedreven wereld
Blog
Waarom proficiency testing onmisbaar is in een datagedreven wereld
Stel dat een bedrijf hetzelfde gasmengsel laat analyseren door drie verschillende laboratoria. De cilinder is dezelfde, het certificaat is hetzelfde, de meetmethode volgt in principe dezelfde norm, maar de gemeten concentraties verschillen. En dat heeft impact op emissierapportages, naleving van grenswaarden en uiteindelijk op omgevingsvergunningen. Wie heeft er gelijk?
Dit is precies het soort vraagstuk waarvoor interlaboratoriumvergelijkingen, ofwel proficiency tests, zijn ontworpen. In een wereld waarin vrijwel elke belangrijke beslissing leunt op data, is het cruciaal dat verschillende partijen, al bevinden ze zich aan de andere kant van de wereld, tot vergelijkbare resultaten komen.

Meer weten over onze diensten?
Onze experts staan voor je klaar.
Adriaan van der Veen
Chief Scientist Chemistry and Data Science & Modelling
Van individuele meting naar gedeelde werkelijkheid
Meten is pas echt nuttig als we de resultaten onderling kunnen uitwisselen. Eén enkele meetuitkomst zegt weinig als je niet weet hoe die zich verhoudt tot andere metingen, de vergelijkbaarheid met andere laboratoria of externe bevestiging van de prestaties.
Proficiency tests maken van losse meetpunten een gedeelde werkelijkheid. Meerdere laboratoria meten aan hetzelfde meetobject met hun eigen, gebruikelijke procedures die ze ook voor hun klanten inzetten. De resultaten worden vervolgens anoniem naast elkaar gelegd en statistisch beoordeeld.
Het doel is niet om een ‘winnaar’ aan te wijzen, maar om voor iedere deelnemer drie fundamentele vragen te beantwoorden:
- Hoe presteert ons laboratorium ten opzichte van andere deelnemers?
- Zijn er aanwijzingen voor systematische fouten of drift over tijd?
- In hoeverre sluit onze dagelijkse praktijk aan bij internationale referenties en standaarden?
Proficiency testing is meer dan een vinkje voor de audit
Voor ISO/IEC 17025:2017-geaccrediteerde laboratoria zijn proficiency tests een belangrijk middel om de geldigheid van hun resultaten aan te tonen. Daarvoor is een aanbieder nodig die werkt volgens de norm ISO/IEC 17043:2023, waarin eisen zijn vastgelegd rond onder meer competentie, onpartijdigheid, vertrouwelijkheid en een geschikte methode voor de evaluatie van de prestaties van de deelnemers.
Je doet proficiency testing echter tekort als je dit uitsluitend ziet als een verplichting voor een audit of accreditatie. In de praktijk is proficiency testing een van de krachtigste instrumenten voor continue kwaliteitsverbetering. Regelmatige proficiency testing maakt:
- trends zichtbaar in de tijd in plaats van losse momentopnames;
- inzichtelijk of meetprocedures en kalibraties doen wat ze beloven;
- concreet trainingsmateriaal beschikbaar voor analisten dat gebaseerd is op realistische datasets;
- strategische keuzes mogelijk rond focus en investeringen in onder andere meetmethoden en -apparatuur.
Proficiency testing controleert dus niet alleen of een laboratorium het ‘op orde heeft’, maar geeft ook sturing om prestaties te verbeteren.
Hoe werkt een proficiency test in de praktijk?
Hoewel de precieze invulling per vakgebied en per organisator kan verschillen, volgt een goed opgezet programma in grote lijnen dezelfde stappen:
- Eén meting door meerdere laboratoria
Alle deelnemende labs ontvangen identieke monsters of zogenoemde ‘meetartefacten’ (vaak een meetinstrument of -standaard). Dit kunnen gasmengsels zijn waarbij iedere deelnemer één mengsel ontvangt; of fysische standaarden zoals flowmeters, weerstanden of massastukken waarbij een instrument van deelnemer naar deelnemer gaat. Ieder laboratorium voert vervolgens de metingen uit volgens hun normale werkwijze: met de eigen apparatuur, procedures en routine. Het gaat immers om een toets van de dagelijkse praktijk.
- Anonieme vergelijking
De resultaten worden verzameld en geanonimiseerd. Elk laboratorium krijgt een unieke identifier. Deze unieke code zorgt ervoor dat iedere deelnemer in de anonieme rapportage de eigen resultaten kan herkennen. Op groepsniveau ontstaat zo een beeld van de spreiding: hoeveel labs liggen dicht bij de referentiewaarde, en hoeveel wijken er af? Individueel kan ieder lab zijn eigen code gebruiken om te zien waar ze staan in die verdeling, zonder dat anderen dat kunnen herleiden.
- Statistische evaluatie volgens internationale normen
Aanbieders die voldoen aan ISO/IEC 17043 gebruiken internationaal geaccepteerde statistische methoden om prestaties te duiden. Denk aan Eₙ- of Z-scores om afwijkingen te bepalen ten opzichte van een consensus- of referentiewaarde. Zo wordt duidelijk of een afwijking binnen de normale variatie valt, of dat er aanwijzingen zijn voor een systematisch probleem (bijvoorbeeld in de kalibratie, in de methode, of zelfs in de monsterbehandeling).
- Gedetailleerde rapportage
De kracht van een goede proficiency test zit in de terugkoppeling. Deelnemers ontvangen een gedetailleerd rapport met daarin hun eigen resultaten in relatie tot de groep met een interpretatie van eventuele afwijkingen. Zo wordt de vergelijking een instrument voor leren en verbeteren, niet alleen een administratieve horde.
Fouten vinden vóórdat je last krijgt van de gevolgen
Interne kwaliteitscontroles vormen een belangrijke basis, maar bieden slechts een deel van het totale kwaliteitsbeeld. Interne controles zijn doorgaans afgestemd op de eigen routine, dezelfde apparatuur, dezelfde mensen, (vaak) dezelfde soorten monsters. Proficiency testing voegt daar een cruciale extra laag aan toe: het houdt je een externe spiegel voor. Die spiegel helpt bijvoorbeeld langzame drift in apparatuur op te sporen die je met puur interne controles niet zou kunnen opsporen; of onverwachte gevoeligheden van een meetmethode te ontdekken. In uiteenlopende sectoren, van klinische chemie en voedselveiligheid tot milieu- en energiemetingen, kan dit het verschil maken tussen op tijd bijsturen of achteraf moeten verklaren waarom meetresultaten niet bleken te kloppen. In die zin is proficiency testing een vorm van proactieve risicobeheersing.
Vertrouwen als ultieme uitkomst
Uiteindelijk is proficiency testing een exercitie die vertrouwen geeft in meetresultaten. Dat vertrouwen is nodig om betrouwbare beslissingen te nemen. Over patiënten, over de veiligheid van drinkwater, over emissies van fabrieken, over de kwaliteit van onze energie‑infrastructuur. Zonder dat vertrouwen wordt elke meting an sich een discussiepunt in plaats van een gedeeld fundament voor die discussie. Proficiency testing maakt dit vertrouwen toetsbaar. Het laat zien dat laboratoria hun accreditaties niet alleen op papier, maar ook in de praktijk kunnen waarmaken – en dat je kunt vertrouwen op de data.





